FAQ - Veelgestelde vragen

Klik voor meer informatie over de betreffende categorie
 Clubkleding   Aantal vragen: 1
 Contributie   Aantal vragen: 1
 disclaimer  Aantal vragen: 1
 Foto´s  Aantal vragen: 1
 Gedragsregels en Tuchtreglement GMHC  Aantal vragen: 2
 Gevonden voorwerpen  Aantal vragen: 1
 GoorseMHC 50 jaar   Aantal vragen: 1
 grensoverschrijdend gedrag en vertrouwenscontactpersoon  Aantal vragen: 2
 Historie GMHC  Aantal vragen: 1
 Lisa  Aantal vragen: 1
 Nieuwe velden   Aantal vragen: 1
 Privacy  Aantal vragen: 1
 Reglementen KNHB  Aantal vragen: 1
 Scheidsrechters  Aantal vragen: 1
 Statuten en HH reglement  Aantal vragen: 2
 Technisch beleid  Aantal vragen: 1
 Tenue  Aantal vragen: 1
 Trimhockey  Aantal vragen: 1

Mist u informatie hier? Mail ons op [email protected]

Gedragsregels en Tuchtreglement GMHC
Gedragsregels seksuele intimidatie 

Gedragsregels seksuele intimidatie

De sportbonden in Nederland nemen seksuele intimidatie serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld. Die regels zijn door alle landelijke sportbonden onderschreven. De regels zijn gemaakt om de risico's op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder vindt u de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF.

•De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.

•De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.

•De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.

•Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

•De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

•De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.

•De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

•De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

•De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.

•De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.

•In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

 
Tuchtreglement van de GMHC 

Tuchtreglement GoorseMHC (GMHC)

Definities

In dit tuchtreglement wordt verstaan onder:

a.   "bestuur",  het bestuur van de GMHC;

b.   "vereniging”, GoorseMHC, gevestigd te Goor.

 

Artikel 1. Toepasselijkheid tuchtreglement

1.   De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op:

     a. de leden van de vereniging;

     b. personen die zich aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging hebben onderworpen;

     c. personen die binnen de vereniging als (betaald) medewerker, begeleider of functionaris werkzaamheden verricht of als vrijwilliger taken vervullen.

 2.   Waar in dit reglement wordt gesproken van "leden", worden de in lid 1 sub b en c genoemde personen hieronder mede verstaan.

 

Artikel 2. Samenstelling tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie bestaat uit ten minste drie leden, onder wie de voorzitter.

  2. De leden van de tuchtcommissie worden benoemd door het bestuur voor een periode van drie jaar. Herbenoeming van een lid van de tuchtcommissie is mogelijk.

  3. De leden van de tuchtcommissie behoeven geen lid te zijn van de vereniging.

  4. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door het lid dat het langst in de tuchtcommissie zitting heeft. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.

     

Artikel 3. Aanhangig maken tuchtprocedure

1.   Een tuchtprocedure op grond van vermeend handelen in strijd met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond kan door het bestuur van de vereniging tegen een lid/een groepering van leden van de vereniging aanhangig gemaakt worden bij de tuchtcommissie van de vereniging indien:

  1. een lid door een scheidsrechter in een wedstrijd definitief uit het veld is gestuurd;

  2. een lid in één seizoen drie, vijf, of meer keren tijdelijk uit het veld is gestuurd;

  3. een lid wangedrag vertoont op het terrein van de vereniging;

  4. het bestuur redenen heeft aan te nemen dat het lid/de groepering van leden in strijd heeft/hebben gehandeld met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond.

2.   Een tuchtprocedure dient door het bestuur schriftelijk aanhangig te worden gemaakt bij de tuchtcommissie. Het schriftelijk stuk omvat tenminste:

      a.   de naam, voorletter(s) en geboortedatum van het lid/een groepering van leden tegen wie een tuchtzaak aanhangig wordt gemaakt;

      b.   een omschrijving van het gewraakte handelen/nalaten met opgave van datum en plaats;

      c.   de namen van eventuele getuigen;

      d.   andere van belang zijnde gegevens en inlichtingen.

 

Artikel 4. Wijze van behandeling door tuchtcommissie

1.   De tuchtcommissie regelt de wijze van behandeling van de zaak zelf.

2.   De tuchtcommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting.

3.   De tuchtcommissie behandelt de zaak zo veel mogelijk met al haar leden.       De tuchtcommissie is evenwel bevoegd een zaak met minimaal twee leden te behandelen.

4.   De tuchtcommissie is bevoegd een zaak schriftelijk af te doen.

5.   Een betrokken lid kan de tuchtcommissie verzoeken de zaak mondeling te behandelen.

      Tenzij de tuchtcommissie van oordeel is dat er hierdoor een onaanvaardbare vertraging van de behandeling zou ontstaan, wordt dat verzoek toegewezen.

6.   De zittingen van de tuchtcommissie zijn in beginsel niet openbaar.

 

 

 

 

Artikel 5. Het horen van leden door de tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie is bevoegd leden en niet-leden te horen en/of te raadplegen.

2.   Leden zijn verplicht de tuchtcommissie alle inlichtingen te verstrekken en hun medewerking te verlenen aan de werkzaamheden van de tuchtcommissie.

3.   Minderjarige leden zijn toegestaan zich te laten vergezellen door hun ouders/verzorgers.


Artikel 6. Sepot

De tuchtcommissie is bevoegd een aanhangig gemaakte zaak te seponeren, indien naar het oordeel van de tuchtcommissie het tijdsverloop tussen het gewraakte handelen en het aanhangig maken van de zaak, mede gezien de aard van de zaak, te groot is, of om andere naar haar oordeel gewichtige redenen.

 

Artikel 7. Beraadslaging en uitspraak

1.   De beraadslaging over de zaak geschiedt terstond na sluiting van de behandeling.

2.   De beraadslaging vindt niet in het openbaar plaats.

3.   De tuchtcommissie baseert haar uitspraak op de stukken en verklaringen die op de zaak betrekking hebben en waarvan het betreffende lid/de betreffende groepering van leden kennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen.

4.   Indien de tuchtcommissie van oordeel is dat de betrokkene geen straf dient te worden opgelegd, spreekt zij de betrokkene vrij.


Artikel 8. Straffen

1.   De tuchtcommissie is bevoegd de zaak zonder strafoplegging af te doen.

2.   De tuchtcommissie kan aan een lid of groepering van leden de volgende straffen opleggen:

a.   berisping;

b.   een geldboete;

c.   een speelverbod of verbod tot begeleiden vanaf de teambank voor een of meer competitiewedstrijden dan wel vriendschappelijke wedstrijden en/of toernooien, al dan niet voorwaardelijk;

d.   ontzegging van de toegang tot het terrein van de vereniging voor een bepaalde periode;

e.   een alternatieve straf naar inzicht van de tuchtcommissie ter (gedeeltelijke) vervanging van de opgelegde geldboete en/of het speel-/begeleidingsverbod. Indien de alternatieve straf door toedoen van het betreffende lid/de betreffende groepering van leden niet ten uitvoer wordt gebracht, worden alsnog de (volledige) straffen als onder a t/m d van kracht;

f.    een combinatie van straffen als beschreven onder a t/m e.

3.   Een opgelegde straf wordt met onmiddellijke ingang van kracht.

4.   De tuchtcommissie is bevoegd, zodra een zaak te harer kennis is gebracht en in afwachting van de behandeling daarvan, met onmiddellijke ingang een straf op te leggen, indien daartoe naar het oordeel van de tuchtcommissie gezien de ernst van de zaak aanleiding bestaat.

5.   De tuchtcommissie kan een lid dat in haar ogen daarvoor in aanmerking komt bij het bestuur voordragen voor ontzetting uit het lidmaatschap.

 

Artikel 9. Kennisgeving uitspraak

1.   De tuchtcommissie brengt haar uitspraak zo spoedig mogelijk schriftelijk of langs elektronische weg ter kennis van het betreffende lid/de betreffende groepering van leden en het bestuur van de vereniging.

2.   De tuchtcommissie kan besluiten dat haar uitspraak gepubliceerd wordt in het officieel orgaan van de vereniging. Het bestuur is verplicht deze uitspraak te publiceren.

 

Artikel 10. Beroep

1.    Beroep tegen de uitspraak van de tuchtcommissie staat open bij het bestuur, binnen 10 dagen na dagtekening van de uitspraak van de tuchtcommissie;

2.    Beroep schort de tenuitvoerlegging van de straf niet op, tenzij de tuchtcommissie anders besluit.

3.    Het bestuur beoordeelt het beroep binnen 10 dagen nadat het is aangetekend. Het bestuur beoordeelt in het beroep uitsluitend of de tuchtcommissie in redelijkheid tot de betwiste uitspraak heeft kunnen komen.

4.    De uitspraak van het bestuur kan uitsluitend zijn:

       a.     vernietiging van de uitspraak van de tuchtcommissie. De tuchtcommissie zal alsdan, met inachtneming van de uitspraak van het bestuur, de zaak opnieuw beoordelen;

       b.    bekrachtiging van de uitspraak van de tuchtcommissie.

5.    Het bestuur kan beslissen het beroep schriftelijk af te doen.

6.    Het bestuur is bevoegd een beroepscommissie in te stellen, die het bestuur adviseert bij een beroep op een uitspraak. Het bestuur neemt in beginsel het advies over.


Artikel 11. Tenuitvoerlegging straffen

De controle op en de feitelijke tenuitvoerlegging van opgelegde straffen berusten volledig bij het bestuur.        

 

 

Hoofdsponsor

Sponsoren

Agenda

5-3 ALV
30-3 Bestuursvergadering