Tuchtregelement Goorse MHC

Tuchtregelement Goorse Mixed Hockey Club

Definities

In dit tuchtreglement wordt verstaan onder:

a."bestuur",het bestuur van de GMHC;

b."vereniging”, Goorse Mixed Hockey Club, gevestigd te Goor.

 

Artikel 1. Toepasselijkheid tuchtreglement

1.De bepalingen van ditreglementzijn van toepassing op:

a.de leden van de vereniging;

b.personen die zich aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging hebben onderworpen;

c.personen die binnen de vereniging als (betaald) medewerker, begeleider of functionaris werkzaamheden verricht of als vrijwilliger taken vervullen.

2.Waar in dit reglement wordt gesproken van"leden", worden de in lid 1 sub b en c genoemde personen hieronder mede verstaan.

Artikel 2. Samenstelling tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie bestaat uit ten minste drie leden, onder wie de voorzitter.

  2. De leden van de tuchtcommissie worden benoemd door het bestuur voor een periode van drie jaar. Herbenoeming van een lid van de tuchtcommissie is mogelijk.

  3. De leden van de tuchtcommissie behoeven geen lid te zijn van de vereniging.

  4. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door het lid dat het langst in de tuchtcommissie zitting heeft. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor. 

Artikel 3. Aanhangig maken tuchtprocedure

1.Een tuchtprocedure op grond van vermeend handelen in strijd met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond kan door het bestuur van de vereniging tegen een lid/een groepering van leden van de vereniging aanhangig gemaakt worden bij de tuchtcommissie van de vereniging indien:

  1. een lid door een scheidsrechter in een wedstrijd definitief uit het veld is gestuurd;

  2. een lid in één seizoen drie, vijf, of meer keren tijdelijk uit het veld is gestuurd;

  3. een lid wangedrag vertoont op het terrein van de vereniging;

  4. het bestuur redenen heeft aan te nemen dat het lid/de groepering van leden in strijd heeft/hebben gehandeld met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond.

2.Een tuchtprocedure dient door het bestuur schriftelijk aanhangig te worden gemaakt bij de tuchtcommissie. Het schriftelijk stuk omvat tenminste:

a.de naam, voorletter(s) en geboortedatum van hetlid/een groepering van leden tegen wie een tuchtzaak aanhangig wordt gemaakt;

b.een omschrijving van het gewraakte handelen/nalaten met opgave van datum en plaats;

c.de namen van eventuele getuigen;

d.andere van belang zijnde gegevens en inlichtingen.

 

Artikel 4. Wijze van behandeling door tuchtcommissie

1.De tuchtcommissie regelt de wijze van behandeling van de zaak zelf.

2.De tuchtcommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting.

3.De tuchtcommissie behandelt de zaak zo veel mogelijk met al haar leden.De tuchtcommissie is evenwel bevoegd een zaak met minimaal twee leden te behandelen.

4.De tuchtcommissie is bevoegd een zaak schriftelijk af te doen.

5.Een betrokken lid kan de tuchtcommissie verzoeken de zaak mondeling te behandelen.

Tenzij de tuchtcommissie van oordeel is dat er hierdoor een onaanvaardbare vertraging van de behandeling zou ontstaan, wordt dat verzoek toegewezen.

6.De zittingen van de tuchtcommissie zijn in beginsel niet openbaar.

Artikel 5. Het horen van leden door de tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie is bevoegd leden en niet-leden te horen en/of te raadplegen.

2.Leden zijn verplicht de tuchtcommissie alle inlichtingen te verstrekken en hun medewerking te verlenen aan de werkzaamheden van de tuchtcommissie.

3.Minderjarige leden zijn toegestaan zich te laten vergezellen door hun ouders/verzorgers.


Artikel 6. Sepot

De tuchtcommissie is bevoegd een aanhangig gemaakte zaak te seponeren, indien naar het oordeel van de tuchtcommissie het tijdsverloop tussen het gewraakte handelen en het aanhangig maken van de zaak, mede gezien de aard van de zaak, te groot is, of om andere naar haar oordeel gewichtige redenen.

Artikel 7. Beraadslaging en uitspraak

1.De beraadslaging over de zaak geschiedt terstond na sluiting van de behandeling.

2.De beraadslaging vindt niet in het openbaar plaats.

3.De tuchtcommissie baseert haar uitspraak op de stukken en verklaringen die op de zaak betrekking hebben en waarvan het betreffende lid/de betreffendegroepering van ledenkennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen.

4.Indien de tuchtcommissie van oordeel is dat de betrokkene geen straf dient te worden opgelegd, spreekt zij de betrokkene vrij.


Artikel 8. Straffen

1.De tuchtcommissie is bevoegd de zaak zonder strafoplegging af te doen.

2.De tuchtcommissie kan aan een lid of groepering van leden de volgende straffen opleggen:

a.berisping;

b.een geldboete;

c.een speelverbod of verbod tot begeleiden vanaf de teambank voor een of meer competitiewedstrijden dan wel vriendschappelijke wedstrijden en/of toernooien, al dan niet voorwaardelijk;

d.ontzegging van de toegang tot het terrein van de vereniging voor een bepaalde periode;

e.een alternatieve straf naar inzicht van de tuchtcommissie ter (gedeeltelijke) vervanging van de opgelegde geldboete en/of het speel-/begeleidingsverbod. Indien de alternatieve straf door toedoen vanhet betreffende lid/de betreffendegroepering van leden niet ten uitvoer wordt gebracht, worden alsnog de (volledige) straffen als onder a t/m d van kracht;

f.een combinatie van straffen als beschreven onder a t/m e.

3.Een opgelegde straf wordt met onmiddellijke ingang van kracht.

4.De tuchtcommissie is bevoegd, zodra een zaak te harer kennis is gebracht en in afwachting van de behandeling daarvan, met onmiddellijke ingang een straf op te leggen, indien daartoe naar het oordeel van de tuchtcommissie gezien de ernst van de zaak aanleiding bestaat.

5.De tuchtcommissie kan een lid dat in haar ogen daarvoor in aanmerking komt bij het bestuur voordragen voor ontzetting uit het lidmaatschap.

 

Artikel 9. Kennisgeving uitspraak

1.De tuchtcommissie brengt haar uitspraak zo spoedig mogelijk schriftelijk of langs elektronische weg ter kennis vanhet betreffende lid/de betreffendegroepering van leden en het bestuur van de vereniging.

2.De tuchtcommissie kan besluiten dat haar uitspraak gepubliceerd wordt in hetofficieel orgaan van de vereniging. Het bestuur is verplicht deze uitspraak te publiceren.

Artikel 10. Beroep

1.Beroep tegen de uitspraak van de tuchtcommissie staat open bij het bestuur, binnen 10 dagen na dagtekening van de uitspraak van de tuchtcommissie;

2.Beroep schort de tenuitvoerlegging van de straf niet op, tenzij de tuchtcommissie anders besluit.

3.Het bestuur beoordeelt het beroep binnen 10 dagen nadat het is aangetekend. Het bestuur beoordeelt in het beroep uitsluitend of de tuchtcommissie in redelijkheid tot de betwiste uitspraak heeft kunnen komen.

4.De uitspraak van het bestuur kan uitsluitend zijn:

a.vernietiging van de uitspraak van de tuchtcommissie. De tuchtcommissie zal alsdan, met inachtneming van de uitspraak van het bestuur, de zaak opnieuw beoordelen;

b.bekrachtiging van de uitspraak van de tuchtcommissie.

5.Het bestuur kan beslissen het beroep schriftelijk af te doen.

6.Het bestuur is bevoegd een beroepscommissie in te stellen, die het bestuur adviseert bij een beroep op een uitspraak. Het bestuur neemt in beginsel het advies over.

Artikel 11. Tenuitvoerlegging straffen

De controle op en de feitelijke tenuitvoerlegging van opgelegde straffen berusten volledig bij het bestuur.